Naar de inhoud
Toer, naar de startpagina
Grammatica

Werkwoorden op -er in de tegenwoordige tijd

Bijna alle Franse werkwoorden eindigen op -er. Je haalt -er weg en plakt er -e, -es, -e, -ons, -ez, -ent achter: je parle, nous parlons.

1e graad11 tot 14 jaarConcept: Nog niet nagelezen door een leerkracht Frans.

Waarom

Je wil een Franstalige vriendin uit Charleroi vertellen wat je in je vrije tijd doet. Welke woorden heb je nodig?

Je vertelt het met werkwoorden op -er: Je joue au foot. J'écoute de la musique. Le samedi, nous regardons un film. Ongeveer negen op de tien Franse werkwoorden eindigen op -er.

Ken je de zes uitgangen, dan kun je meteen honderden werkwoorden gebruiken: parler, aimer, habiter, jouer, manger, chercher. Ook nieuwe woorden zoals télécharger (downloaden) volgen dezelfde regel.

Zie het

Kies een werkwoord en draai het wiel. De stam blijft in het midden, de uitgang licht op bij elke persoon. Bij manger, commencer of acheter zie je hoe de spelling verandert.

je parle: stam parl, uitgang -e, die hoor je niet. Een gewoon werkwoord: de stam blijft altijd dezelfde.
Beschrijving van het beeld

Een wiel met in het midden de stam van het werkwoord, bijvoorbeeld parl. Rondom staan de zes personen: je, tu, il of elle, nous, vous, ils of elles. Bij de gekozen persoon licht de uitgang op: e, es, e, ons, ez of ent. De uitgangen die je niet hoort zijn grijs. Bij manger verschijnt bij nous een extra e, bij commencer een ç, bij acheter een accent grave.

Snap het

Een werkwoord op -er heeft een stam en een uitgang. Haal -er van de infinitief: parler wordt parl-. Daar plak je de uitgang van de persoon achter.

De uitgangen zijn -e (je), -es (tu), -e (il, elle, on), -ons (nous), -ez (vous) en -ent (ils, elles). Let op: -e, -es en -ent hoor je niet. Je parle, tu parles, il parle en ils parlent klinken precies hetzelfde. Alleen -ons en -ez hoor je.

Begint het werkwoord met een klinker of een stomme h, dan wordt je kort: j'aime, j'écoute, j'habite.

Sommige werkwoorden veranderen een beetje om de klank te bewaren. Bij -ger blijft er een e voor -ons (nous mangeons), bij -cer wordt c een ç (nous commençons). Bij acheter en préférer komt er è voor een stille uitgang (j'achète, je préfère), appeler en jeter verdubbelen de medeklinker (j'appelle, je jette), en bij envoyer of payer wordt y een i (j'envoie, je paie).

De regel

Stam (infinitief zonder -er) + -e, -es, -e, -ons, -ez, -ent. Bij -ger: nous mangeons. Bij -cer: nous commençons. Je wordt j' voor een klinker.

Voorbeelden om te beluisteren

  • Je parle français et néerlandais.

    Stam parl- + -e bij je.

  • Tu regardes la télé ?

    Bij tu altijd -es, ook al hoor je de s niet.

  • Nous mangeons à la cantine.

    Manger houdt een e voor -ons, anders zou je mangons met een harde g lezen.

  • Vous habitez à Mons ?

    Vous + -ez, en die uitgang hoor je wel.

  • Mes parents travaillent à Bruxelles.

    Meer personen: -ent, die je niet uitspreekt.

  • J'achète du pain.

    Acheter krijgt een è voor een stille uitgang, en je wordt j'.

Uitgewerkt voorbeeld

Vul in: Le samedi, nous ___ (nager) à la piscine et mes cousins ___ (jouer) au tennis.

  1. Nous krijgt -ons. Nager eindigt op -ger: de e blijft staan, dus nageons.

  2. Mes cousins zijn meer personen, zoals ils: -ent, dus jouent.

  3. Je hoort jouent als joue, maar je schrijft -ent.

  4. Antwoord

    Le samedi, nous nageons à la piscine et mes cousins jouent au tennis.

Doe het

Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.

Oefenen

Koppel elk onderwerp aan de juiste vorm van commander. Eén vorm blijft over.

Koppel elk onderwerp aan de juiste vorm van commander. Eén vorm blijft over.
Koppel wat bij elkaar hoort

Valkuilen

  • Fout: Nous mangons des frites.

    Zonder e lees je een harde g, zoals in gondole. De e bewaart de zachte klank.

    Juist: Nous mangeons des frites.

  • Fout: Ils parle français.

    Je hoort het verschil niet, maar bij ils en elles schrijf je altijd -ent.

    Juist: Ils parlent français.

  • Fout: Vous parlé trop vite.

    Parlez, parler en parlé klinken hetzelfde. Bij vous is het altijd -ez.

    Juist: Vous parlez trop vite.

  • Fout: Je aime le chocolat.

    Voor een klinker wordt je kort: j'aime. Je schrijft het samen met een apostrof.

    Juist: J'aime le chocolat.

In het echt

  • In een Franse sms van je correspondent uit Lyon: Tu joues à quoi ce soir ?
  • Op een bordje in een Brussels winkelraam: Ici, on parle français, néerlandais et anglais.
  • Op een affiche voor een schoolfeest in Namen: On danse, on chante, on mange ensemble.

Geschiedenis

Werkwoorden op -er komen van Latijnse werkwoorden op -are, zoals cantare (zingen), dat chanter werd. Bijna alle nieuwe Franse werkwoorden komen nog altijd in deze groep terecht, zoals cliquer, zapper en scanner.

Aan tafel

Speel Le dé des personnes. Gooi een dobbelsteen: 1 is je, 2 tu, 3 il, 4 nous, 5 vous, 6 ils. Iemand noemt een werkwoord op -er, de gooier vervoegt het. Schrijf de lastige vormen (mangeons, commençons) samen op.

Iets om samen te doen of over te praten, voor ouders en kinderen. Fouten mogen.

Fout gezien?

Een paar woorden is genoeg. We kijken het na en passen het aan.

Zoeken

Even laden…

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.