Grammatica
Futur proche: wat je gaat doen
Over straks en morgen praat je met aller + infinitief, net als gaan + werkwoord in het Nederlands: Je vais manger. Nous allons partir.
Voorkennis
Waarom
Je Franse correspondent vraagt wat je dit weekend gaat doen. Hoe vertel je je plannen?
Je zegt het met de futur proche: Samedi, je vais jouer au foot. Dimanche, nous allons visiter Bruges. Zo praten Franstaligen elke dag over hun plannen.
Het goede nieuws: je kent alle stukken al. Aller vervoegen kun je, en het tweede werkwoord blijft gewoon staan zoals in het woordenboek.
Kaft Plus wordt geopend…
Kaft Plus
De rest van „Futur proche: wat je gaat doen” zit in Kaft Plus
De leerlijn en de eerste 3 onderwerpen van Toer zijn gratis. Met Kaft Plus open je alle onderwerpen en oefeningen.
Open met Kaft Plus
Al Kaft Plus? Dezelfde knop meldt je aan en brengt je meteen terug.