Woorden
Het delend lidwoord: du, de la, de l', des
Wat brood, wat water: du pain, de l'eau. Na pas en na een hoeveelheid wordt het gewoon de: pas de pain, un kilo de pommes.
Waarom
Op een terrasje in Bergen bestel je: Je voudrais eau. De ober kijkt verbaasd. Wat ontbreekt er?
Eten en drinken bestellen, een boodschappenlijstje maken, zeggen wat je wel of niet eet: dan heb je het delend lidwoord nodig. Het Nederlands zegt gewoon ‘water’ of ‘brood’, het Frans zegt de l'eau en du pain: een deel ervan, een onbepaalde hoeveelheid.
Wat ontbrak, was de l': Je voudrais de l'eau, s'il vous plaît.
Kaft Plus wordt geopend…
Kaft Plus
De rest van „Het delend lidwoord: du, de la, de l', des” zit in Kaft Plus
De leerlijn en de eerste 3 onderwerpen van Toer zijn gratis. Met Kaft Plus open je alle onderwerpen en oefeningen.
Open met Kaft Plus
Al Kaft Plus? Dezelfde knop meldt je aan en brengt je meteen terug.