Bezittelijke voornaamwoorden: mon, ma, mes
Mijn, jouw, zijn: mon, ton, son. De vorm volgt het ding dat je bezit, niet de eigenaar: sa maison is zijn of haar huis.
Waarom
Léa vertelt over haar vader en zegt son père. Hugo vertelt over zijn moeder en zegt sa mère. Zegt Léa nu iets fout, omdat ze een meisje is?
Over je familie, je spullen en je vrienden praat je elke dag: mon frère, ma chambre, mes amis. Daarvoor heb je bezittelijke voornaamwoorden nodig.
Léa heeft gelijk. In het Frans kijk je naar het woord dat volgt: père is mannelijk, dus son. Of de eigenaar een jongen of een meisje is, speelt geen rol. Dat is de grootste valkuil voor wie Nederlands spreekt.
Kaft Plus wordt geopend…
Kaft Plus
De rest van „Bezittelijke voornaamwoorden: mon, ma, mes” zit in Kaft Plus
De leerlijn en de eerste 3 onderwerpen van Toer zijn gratis. Met Kaft Plus open je alle onderwerpen en oefeningen.
Al Kaft Plus? Dezelfde knop meldt je aan en brengt je meteen terug.